Naar de inhoud
Bijgewerkt op zaterdag 24 oktober 2026 Gerekend met de belastingregels van 2026
Methode

Zo rekenen we

De rekenhulp rekent jaar voor jaar, van nu tot je 95e, met de Nederlandse belasting. Hier staat hoe, met welke aannames en bronnen, en wat er niet in zit.

Jaar voor jaar

Voor elk jaar rekent de rekenhulp uit wat er binnenkomt, wat je betaalt en wat er overblijft. Binnenkomen: je salaris, je winst of het salaris uit je bv, later je AOW, je pensioen via je werk en de uitkering uit je pensioenrekening. Betalen: belasting in box 1, 2 en 3, je woonlasten na renteaftrek, en je uitgaven. Wat je overhoudt, vult eerst je spaarbuffer aan en gaat dan naar beleggen en sparen. Kom je tekort, dan komt het uit je spaargeld, daarna uit je beleggingen.

Je vult alles in euro's van nu in. Uitgaven groeien mee met de inflatie, lonen met de loonstijging, huur met de huurstijging en je huis met de huizenprijzen. Je hypotheeklast staat vast, zoals in je contract.

Wanneer stoppen kan

Stoppen kan als je spaargeld en beleggingen vanaf je stopjaar tot je 95e niet opraken en nooit onder je buffer komen. De buffer heeft twee delen. Een vaste reserve van standaard 1 jaar leefkosten, die altijd blijft staan, voor als je kosten hoger uitvallen of een jaar tegenvalt. En genoeg voor wat je de komende 6 jaar uit je spaargeld en beleggingen haalt. Dekken je AOW en pensioen later je leefkosten, dan blijft alleen de reserve staan. Je huis telt niet mee, tenzij je in de rekenhulp aangeeft dat je het verkoopt.

De aannames

Elke aanname kun je in de rekenhulp aanpassen, onder "Alle gegevens en aannames".

AannameStandaard
Inflatie2%
Rendement op beleggingen, per jaar6%
Behoudend, normaal en opportunistisch4%, 6%, 8%
Rente op spaargeld1,5%
Loonstijging2,5%
Stijging van de huizenprijzen3%
Stijging van de huur2,5%
Hypotheekrente na afloop van je rentevaste periode4%
Pensioen groeit mee met de inflatie100% van de inflatie
Pensioen eerder laten ingaan6,5% minder per jaar
Pensioen via je werkgever "zodra je stopt"vanaf je 60e
Aanvullend pensioen voor je AOWminstens 20 jaar uitkeren, plus de jaren dat je eerder begint
Pensioen later laten ingaan7% meer per jaar
Opbouw pensioen via je werk, als je het niet weet1,75% per jaar
Jouw deel van de pensioenpremie7,5%
Uitgaven na je stoppen100% van ervoor
Buffer na je stoppen1 jaar leefkosten, plus wat je de komende 6 jaar opneemt
Het geld moet meegaan totje 95e

Wat er niet in zit

  • Toeslagen, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag
  • Regelingen uit je cao om eerder te stoppen, zoals de RVU
  • Zorgkosten die met de jaren stijgen
  • Overlijden van een partner en nabestaandenpensioen
  • Erfbelasting en schenkbelasting
  • De kans dat het rendement een paar jaar tegenvalt: er zit geen kansberekening in
  • De precieze regels van je eigen lijfrente of pensioenregeling

Bronnen per cijfer

Officiële bronnen gaan voor. Waar alleen een andere bron is gevonden, staat dat erbij. De rekenkern wordt getest tegen de officiële tabellen en de AOW-bedragen.

2026 (definitief)

Wat Getal Bron
Box 1 schijven onder AOW-leeftijd 35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426, 49,50% Belastingdienst, box 1
Box 1 eerste schijf AOW-gerechtigden (geboren 1946 of later) 17,85% tot € 38.883 idem
Algemene heffingskorting € 3.115, afbouw 6,398% vanaf € 29.736; AOW: € 1.556, 3,195% Belastingdienst, tabel algemene heffingskorting 2026
Arbeidskorting knikpunten € 11.965 / € 25.845 / € 45.592, max € 5.685, afbouw 6,51%; AOW: max € 2.840, afbouw 3,25% Belastingdienst, tabel arbeidskorting 2026
Ouderenkorting, alleenstaande-ouderenkorting € 2.067, afbouw 15% vanaf € 46.002; € 540 Belastingdienst, heffingskortingen 2026
Zvw-bijdrage 4,85% tot € 79.409; werkgeversheffing 6,10% Rendement, definitieve percentages Zvw 2026 (secundair)
Eigenwoningforfait 0,35%; boven € 1.350.000: 2,35% ABN AMRO, eigen woning 2026 (secundair)
Maximaal aftrektarief 37,56% Homefinance, Prinsjesdag (secundair)
Wet Hillen 71,87%, daarna 4,85%-punt per jaar minder, nul in 2041 Kamerstuk 36 812, nr. 42
Zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling € 1.200; 12,70% Ik word zzp’er, factsheet 2026 (secundair)
Box 3 heffingsvrij € 59.357, banktegoeden 1,28% (voorlopig), overig 6,00%, schulden 2,70% (voorlopig), tarief 36%, schuldendrempel € 3.800 SRA, box 3 2026 (secundair)
Box 2 24,5% tot € 68.843, daarboven 31% KVK, belastingtarieven 2026
Vennootschapsbelasting 19% tot € 200.000, daarboven 25,8% idem
Gebruikelijk loon € 58.000 SRA, gebruikelijk loon 2026 (secundair)
Jaarruimte 30% van (inkomen - € 19.172), max inkomen € 137.800, min 6,27 x factor A Financieel Onafhankelijk Blog, jaarruimte 2026 (secundair)
AOW bruto per 1 juli 2026 alleenstaand € 1.662,16 + € 104,78 vakantiegeld per maand; samenwonend € 1.139,39 + € 74,85 MAX Vandaag, AOW 2026 en Knab, AOW 2026 (secundair; netto gecontroleerd in de tests)

2027 (voorstel Belastingplan 2027)

Uit Deloitte, pakket Belastingplan 2027 en Fiscalert, box 1 2027:

  • Box 1: 36,23% tot € 39.247, 38,16% tot € 78.426, 49,50%. AOW-gerechtigden eerste schijf 18,33%.
  • Algemene heffingskorting € 3.154 (AOW € 1.596), afbouw vanaf € 30.910 met 6,638% (AOW 3,358%).
  • Arbeidskorting max € 5.929, afbouw vanaf € 47.834 met 6,51%.
  • Ouderenkorting € 1.993, afbouw vanaf € 46.557; alleenstaande-ouderenkorting € 547.
  • Box 2 grens € 69.607. Box 3: heffingsvrij € 60.098, 1,27% / 6,37% / 2,70% (voorlopig).
  • Zelfstandigenaftrek € 900 (Rabobank).

Afgeleid (2026 x 1,0125, of uit de verhouding van 2026): de lagere knikpunten van de arbeidskorting, de arbeidskorting voor AOW-gerechtigden, Zvw-maximum, villagrens, schuldendrempel, gebruikelijk loon, jaarruimtegrenzen, AOW-bedragen. Aangenomen gelijk aan 2026: MKB-winstvrijstelling, eigenwoningforfait, Zvw-percentages. Maximaal aftrektarief = tarief tweede schijf (38,16%), zoals in 2026.

Overig

  • AOW-leeftijd: 67 tot en met 2027, 67 jaar en 3 maanden in 2028 tot en met 2031 (Rijksoverheid, SRA, 2031). Daarna een schatting: 3 maanden erbij per 4 jaar.
  • Box 3 vanaf 2028: Rijksoverheid, tijdlijn, SRA, Tweede Kamer akkoord, Belastinghelden. Heffingsvrij resultaat € 1.800, verlies boven € 500 voorwaarts verrekenbaar (EY). Stand oktober 2026: aangenomen door de Tweede Kamer, ligt stil in de Eerste Kamer.
  • Lijfrente: uitkering uiterlijk in het jaar van AOW-leeftijd + 5 (SRA). Gaat een bancaire lijfrente voor de AOW-leeftijd in, dan minstens 20 jaar plus de hele jaren dat je bij de eerste uitkering jonger bent dan je AOW-leeftijd (Belastingdienst, lijfrente).
  • Werkgeverspensioen eerder laten ingaan: hangt af van de regeling, vaak tot ongeveer 10 jaar eerder, bij ABP vanaf 60, ongeveer 5 tot 8% lager per jaar eerder (Knab, Welingelichte Kringen) (secundair). De rekenhulp rekent met 6,5% per jaar en “zodra je stopt” vanaf 60.
  • Bedragen op mijnpensioenoverzicht.nl: naast wat je hebt opgebouwd een verwachte koopkracht in euro’s van nu (PFZW, voorbeeld-UPO 2023). De rekenhulp neemt de ingevulde bedragen als euro’s van nu.

Wat betekent dit voor jou? Reken het uit met je eigen cijfers.

Ik ben jaar, werk en verdien euro per jaar.

Bruto, met je vakantiegeld erbij.