Zo rekenen we
De rekenhulp rekent jaar voor jaar, van nu tot je 95e, met de Nederlandse belasting. Hier staat hoe, met welke aannames en bronnen, en wat er niet in zit.
Jaar voor jaar
Voor elk jaar rekent de rekenhulp uit wat er binnenkomt, wat je betaalt en wat er overblijft. Binnenkomen: je salaris, je winst of het salaris uit je bv, later je AOW, je pensioen via je werk en de uitkering uit je pensioenrekening. Betalen: belasting in box 1, 2 en 3, je woonlasten na renteaftrek, en je uitgaven. Wat je overhoudt, vult eerst je spaarbuffer aan en gaat dan naar beleggen en sparen. Kom je tekort, dan komt het uit je spaargeld, daarna uit je beleggingen.
Je vult alles in euro's van nu in. Uitgaven groeien mee met de inflatie, lonen met de loonstijging, huur met de huurstijging en je huis met de huizenprijzen. Je hypotheeklast staat vast, zoals in je contract.
Wanneer stoppen kan
Stoppen kan als je spaargeld en beleggingen vanaf je stopjaar tot je 95e niet opraken en nooit onder je buffer komen. De buffer heeft twee delen. Een vaste reserve van standaard 1 jaar leefkosten, die altijd blijft staan, voor als je kosten hoger uitvallen of een jaar tegenvalt. En genoeg voor wat je de komende 6 jaar uit je spaargeld en beleggingen haalt. Dekken je AOW en pensioen later je leefkosten, dan blijft alleen de reserve staan. Je huis telt niet mee, tenzij je in de rekenhulp aangeeft dat je het verkoopt.
De aannames
Elke aanname kun je in de rekenhulp aanpassen, onder "Alle gegevens en aannames".
| Aanname | Standaard |
|---|---|
| Inflatie | 2% |
| Rendement op beleggingen, per jaar | 6% |
| Behoudend, normaal en opportunistisch | 4%, 6%, 8% |
| Rente op spaargeld | 1,5% |
| Loonstijging | 2,5% |
| Stijging van de huizenprijzen | 3% |
| Stijging van de huur | 2,5% |
| Hypotheekrente na afloop van je rentevaste periode | 4% |
| Pensioen groeit mee met de inflatie | 100% van de inflatie |
| Pensioen eerder laten ingaan | 6,5% minder per jaar |
| Pensioen via je werkgever "zodra je stopt" | vanaf je 60e |
| Aanvullend pensioen voor je AOW | minstens 20 jaar uitkeren, plus de jaren dat je eerder begint |
| Pensioen later laten ingaan | 7% meer per jaar |
| Opbouw pensioen via je werk, als je het niet weet | 1,75% per jaar |
| Jouw deel van de pensioenpremie | 7,5% |
| Uitgaven na je stoppen | 100% van ervoor |
| Buffer na je stoppen | 1 jaar leefkosten, plus wat je de komende 6 jaar opneemt |
| Het geld moet meegaan tot | je 95e |
Wat er niet in zit
- Toeslagen, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag
- Regelingen uit je cao om eerder te stoppen, zoals de RVU
- Zorgkosten die met de jaren stijgen
- Overlijden van een partner en nabestaandenpensioen
- Erfbelasting en schenkbelasting
- De kans dat het rendement een paar jaar tegenvalt: er zit geen kansberekening in
- De precieze regels van je eigen lijfrente of pensioenregeling
Bronnen per cijfer
Officiële bronnen gaan voor. Waar alleen een andere bron is gevonden, staat dat erbij. De rekenkern wordt getest tegen de officiële tabellen en de AOW-bedragen.
2026 (definitief)
| Wat | Getal | Bron |
|---|---|---|
| Box 1 schijven onder AOW-leeftijd | 35,75% tot € 38.883, 37,56% tot € 78.426, 49,50% | Belastingdienst, box 1 |
| Box 1 eerste schijf AOW-gerechtigden (geboren 1946 of later) | 17,85% tot € 38.883 | idem |
| Algemene heffingskorting | € 3.115, afbouw 6,398% vanaf € 29.736; AOW: € 1.556, 3,195% | Belastingdienst, tabel algemene heffingskorting 2026 |
| Arbeidskorting | knikpunten € 11.965 / € 25.845 / € 45.592, max € 5.685, afbouw 6,51%; AOW: max € 2.840, afbouw 3,25% | Belastingdienst, tabel arbeidskorting 2026 |
| Ouderenkorting, alleenstaande-ouderenkorting | € 2.067, afbouw 15% vanaf € 46.002; € 540 | Belastingdienst, heffingskortingen 2026 |
| Zvw-bijdrage | 4,85% tot € 79.409; werkgeversheffing 6,10% | Rendement, definitieve percentages Zvw 2026 (secundair) |
| Eigenwoningforfait | 0,35%; boven € 1.350.000: 2,35% | ABN AMRO, eigen woning 2026 (secundair) |
| Maximaal aftrektarief | 37,56% | Homefinance, Prinsjesdag (secundair) |
| Wet Hillen | 71,87%, daarna 4,85%-punt per jaar minder, nul in 2041 | Kamerstuk 36 812, nr. 42 |
| Zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling | € 1.200; 12,70% | Ik word zzp’er, factsheet 2026 (secundair) |
| Box 3 | heffingsvrij € 59.357, banktegoeden 1,28% (voorlopig), overig 6,00%, schulden 2,70% (voorlopig), tarief 36%, schuldendrempel € 3.800 | SRA, box 3 2026 (secundair) |
| Box 2 | 24,5% tot € 68.843, daarboven 31% | KVK, belastingtarieven 2026 |
| Vennootschapsbelasting | 19% tot € 200.000, daarboven 25,8% | idem |
| Gebruikelijk loon | € 58.000 | SRA, gebruikelijk loon 2026 (secundair) |
| Jaarruimte | 30% van (inkomen - € 19.172), max inkomen € 137.800, min 6,27 x factor A | Financieel Onafhankelijk Blog, jaarruimte 2026 (secundair) |
| AOW bruto per 1 juli 2026 | alleenstaand € 1.662,16 + € 104,78 vakantiegeld per maand; samenwonend € 1.139,39 + € 74,85 | MAX Vandaag, AOW 2026 en Knab, AOW 2026 (secundair; netto gecontroleerd in de tests) |
2027 (voorstel Belastingplan 2027)
Uit Deloitte, pakket Belastingplan 2027 en Fiscalert, box 1 2027:
- Box 1: 36,23% tot € 39.247, 38,16% tot € 78.426, 49,50%. AOW-gerechtigden eerste schijf 18,33%.
- Algemene heffingskorting € 3.154 (AOW € 1.596), afbouw vanaf € 30.910 met 6,638% (AOW 3,358%).
- Arbeidskorting max € 5.929, afbouw vanaf € 47.834 met 6,51%.
- Ouderenkorting € 1.993, afbouw vanaf € 46.557; alleenstaande-ouderenkorting € 547.
- Box 2 grens € 69.607. Box 3: heffingsvrij € 60.098, 1,27% / 6,37% / 2,70% (voorlopig).
- Zelfstandigenaftrek € 900 (Rabobank).
Afgeleid (2026 x 1,0125, of uit de verhouding van 2026): de lagere knikpunten van de arbeidskorting, de arbeidskorting voor AOW-gerechtigden, Zvw-maximum, villagrens, schuldendrempel, gebruikelijk loon, jaarruimtegrenzen, AOW-bedragen. Aangenomen gelijk aan 2026: MKB-winstvrijstelling, eigenwoningforfait, Zvw-percentages. Maximaal aftrektarief = tarief tweede schijf (38,16%), zoals in 2026.
Overig
- AOW-leeftijd: 67 tot en met 2027, 67 jaar en 3 maanden in 2028 tot en met 2031 (Rijksoverheid, SRA, 2031). Daarna een schatting: 3 maanden erbij per 4 jaar.
- Box 3 vanaf 2028: Rijksoverheid, tijdlijn, SRA, Tweede Kamer akkoord, Belastinghelden. Heffingsvrij resultaat € 1.800, verlies boven € 500 voorwaarts verrekenbaar (EY). Stand oktober 2026: aangenomen door de Tweede Kamer, ligt stil in de Eerste Kamer.
- Lijfrente: uitkering uiterlijk in het jaar van AOW-leeftijd + 5 (SRA). Gaat een bancaire lijfrente voor de AOW-leeftijd in, dan minstens 20 jaar plus de hele jaren dat je bij de eerste uitkering jonger bent dan je AOW-leeftijd (Belastingdienst, lijfrente).
- Werkgeverspensioen eerder laten ingaan: hangt af van de regeling, vaak tot ongeveer 10 jaar eerder, bij ABP vanaf 60, ongeveer 5 tot 8% lager per jaar eerder (Knab, Welingelichte Kringen) (secundair). De rekenhulp rekent met 6,5% per jaar en “zodra je stopt” vanaf 60.
- Bedragen op mijnpensioenoverzicht.nl: naast wat je hebt opgebouwd een verwachte koopkracht in euro’s van nu (PFZW, voorbeeld-UPO 2023). De rekenhulp neemt de ingevulde bedragen als euro’s van nu.